ECLI:NL:CRVB:2004:AR6110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar wegens ongeschiktheid na ongewenst gedrag jegens vrouwen
Appellant, een politieambtenaar, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim na een onderzoek naar ongewenst gedrag jegens vrouwen, waaronder een poging tot kussen en het vastpakken van een vrouw tijdens diensttijd. Dit ontslag werd door de rechtbank bevestigd, maar de Raad vernietigde het besluit deels omdat de straf niet evenredig was en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Bij het nieuwe besluit werd appellant ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Appellant voerde aan dat het onderzoeksrapport ondeugdelijk was, hij ontkende de misdragingen en stelde dat er geen deugdelijke belangenafweging had plaatsgevonden, onder meer omdat hij geen waarschuwing of herkansing kreeg en de financiële gevolgen niet werden meegewogen.
De Raad oordeelde dat het onderzoeksrapport wel degelijk mocht worden gebruikt en dat de misdragingen voldoende waren vastgesteld, met name het ernstige incident op 7 augustus 1998. Wel was onvoldoende aangetoond dat appellant zich onbehoorlijk had gedragen jegens een collega in een sauna. De Raad stelde echter vast dat de belangenafweging onredelijk was omdat gedaagde geen garantie had gegeven dat appellant aanspraak zou houden op WW-uitkering, wat in redelijkheid wel had moeten gebeuren.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens een onredelijke belangenafweging en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.