ECLI:NL:CRVB:2004:AR6074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding fysiotherapie zonder voorschrift huisarts of specialist
Appellant verzocht om vergoeding van fysiotherapiekosten voor behandelingen ondergaan bij een Duitse fysiotherapeut. De zorgverzekeraar weigerde deze vergoeding omdat er geen verwijzing was van een huisarts of specialist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de behandelingen niet waren voorgeschreven door een huisarts of specialist, zoals vereist volgens het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering. De brief van een Duitse neuroloog vermeldde wel een diagnose, maar geen voorschrift voor fysiotherapie. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen had in een eerdere zaak geoordeeld dat het toestemmingsvereiste niet tegen vergoeding mag worden ingeroepen, maar dat alleen verstrekkingen conform het Verstrekkingenbesluit in aanmerking komen.
De Raad concludeerde dat de zorgverzekeraar terecht de vergoeding had geweigerd en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding om af te wijken van dit oordeel op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 3 november 2004.
Uitkomst: De vergoeding van fysiotherapiekosten werd geweigerd omdat de behandelingen niet waren voorgeschreven door een huisarts of specialist.