ECLI:NL:CRVB:2004:AR6070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks psychische klachten
Gedaagde was werkzaam als lifttoezichthoudster en meldde zich ziek per 18 oktober 2000 vanwege diverse klachten. Op 25 januari 2001 concludeerde een verzekeringsarts dat zij geschikt was voor haar arbeid, waarna het UWV het ziekengeld stopzette. De rechtbank stelde echter op basis van medisch psychologisch onderzoek dat gedaagde op die datum ongeschikt was, en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep liet een psychiatrisch deskundigenrapport opstellen, waarin werd vastgesteld dat gedaagde geen psychiatrische stoornis in engere zin had en op 25 januari 2001 psychiatrisch geschikt was voor haar functie. De Raad nam dit rapport mee in haar beoordeling en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De Raad vernietigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en bevestigt dat gedaagde vanaf genoemde datum geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet meer ongeschikt was voor haar werkzaamheden. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot stopzetting van ziekengeld blijft gehandhaafd.