ECLI:NL:CRVB:2004:AR6065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en beëindiging ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant was sinds 1992 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering, die in 1994 werd ingetrokken. Na een periode van werk en ziekte werd hem in 1999 een Ziektewetuitkering toegekend, die later werd beëindigd omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Gedaagde weigerde tevens een WAO-uitkering toe te kennen wegens het niet voldoen aan de wachttijd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde met name psychische klachten aan als grond voor arbeidsongeschiktheid. Diverse medische en arbeidskundige rapporten, waaronder een deskundigenrapport van psychiater Tilanus, concludeerden dat appellant geschikt was voor zijn eigen arbeid en de functies die hem waren aangedragen.
De Raad volgde deze onafhankelijke deskundigen en oordeelde dat appellant terecht als arbeidsgeschikt werd beschouwd vanaf 15 april 1999. De weigering van de WAO-uitkering werd bevestigd omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld en de weigering van de WAO-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid.