ECLI:NL:CRVB:2004:AR5996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- W.J. Degeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet verstrekken van toereikende gegevens
Appellant ontving sinds 1979 een bijstandsuitkering. Tijdens een heronderzoek in januari 2000 bleek dat appellant en zijn partner twee woningen huurden, wat aanleiding gaf tot nader financieel onderzoek. Hierbij werden kasstortingen op de bankrekening van appellant vastgesteld, waarvan hij verklaarde dat het leningen van zijn vader betrof.
Gedaagde schortte het recht op bijstand op 19 april 2000 op en gaf appellant een hersteltermijn om schriftelijke gegevens te verstrekken over zijn levensonderhoud. Omdat appellant niet binnen deze termijn de gevraagde informatie aanleverde, werd de uitkering per 1 maart 2000 beëindigd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet binnen de gestelde termijn toereikende en verifieerbare gegevens heeft verstrekt. Er waren geen dringende redenen om van de intrekking af te zien. Daarom was de beëindiging van de bijstand terecht. De Raad bevestigt het vonnis en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht beëindigd wegens het niet tijdig verstrekken van toereikende gegevens.