ECLI:NL:CRVB:2004:AR5901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke dienstbetrekking van directeur/aandeelhouder tussen mondelinge overeenkomst en levering aandeel
In deze zaak stond centraal of een directeur/aandeelhouder van een vennootschap in de periode tussen een mondelinge overeenkomst tot aandelenoverdracht en de daadwerkelijke levering van dat aandeel in privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de vennootschap stond. De rechtbank had dit ontkennend beoordeeld, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat de mondelinge overeenkomst op 1 maart 1998 niet leidde tot een wijziging van de feitelijke situatie, omdat de juridische levering pas op 30 maart 1999 plaatsvond. Gedurende deze periode beschikte de directeur niet over het beslissende aandelenbezit om zelfstandig invloed uit te oefenen in de algemene vergadering van aandeelhouders, waardoor hij nog steeds onder het gezag van de vennootschap viel.
De Raad verwierp het verweer dat bijzondere omstandigheden zouden maken dat geen gezagsverhouding bestond. Ook het argument dat de juridische afwikkeling niet eerder was ter hand genomen wegens het ontbreken van het belang daaraan, werd niet gevolgd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.