ECLI:NL:CRVB:2004:AR5898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen boomverzorgingsbedrijf en medewerker
Appellante exploiteert een boomverzorgingsbedrijf en maakte in voorkomende gevallen gebruik van de diensten van een medewerker, [betrokkene], die tevens maat was in een melkveehouderijmaatschap. De vraag was of sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en [betrokkene].
De rechtbank had vastgesteld dat [betrokkene] zijn werkzaamheden persoonlijk moest verrichten en zich niet door anderen kon laten vervangen. Daarnaast was er loonbetaling op basis van gewerkte uren, en bestond er een gezagsverhouding waarbij appellante aanwijzingen gaf en toezicht hield op de uitvoering van het werk. Dit werk was structureel ingebed in de bedrijfsvoering van appellante.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze bevindingen bevestigd. De Raad oordeelde dat de honorering via facturering vanuit de maatschap het karakter van loonbetaling niet wegneemt en dat het toezicht van de opdrachtgever niet uitsluit dat appellante gezag kon uitoefenen. Er waren geen gronden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad wees ook het beroep op artikel 8:75 Awb Pro af.
De uitspraak bevestigt dat de arbeidsrelatie tussen appellante en [betrokkene] een privaatrechtelijke dienstbetrekking was, met alle bijbehorende gevolgen voor sociale verzekeringspremies en arbeidsrechtelijke verplichtingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en de medewerker.