ECLI:NL:CRVB:2004:AR5869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift in WAO-uitkeringszaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat zou zijn ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 31 augustus 2001 niet op de voorgeschreven wijze aan appellante is bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn pas later is gaan lopen.
Omdat een kopie van het besluit tussen 4 en 11 oktober 2001 aan appellante is verzonden, begon de termijn voor het indienen van bezwaar pas daarna. Het bezwaarschrift van 11 oktober 2001, ontvangen op 30 oktober 2001, was daarmee tijdig. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt de procedure voortgezet met een correcte ontvankelijkheidsbeoordeling.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.