ECLI:NL:CRVB:2004:AR5857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 1998 stelde een verzekeringsarts dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden had met beperkingen, waarop passende functies werden geselecteerd met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%. Gedaagde trok de uitkering in 1999 in en verklaarde het bezwaar ongegrond, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met psychische klachten en een trauma uit 1990. De Raad overwoog dat de medische stukken en rapporten van verzekeringsartsen geen aanwijzingen bevatten die het belastbaarheidsprofiel ondermijnen. De bezwaararbeidsdeskundige gaf toelichting op mogelijke overschrijdingen, maar voldoende functies bleken beschikbaar.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd en dat geen aanleiding bestaat voor nader medisch onderzoek of herziening. De intrekking van de WAO-uitkering blijft van kracht omdat appellant geschikt wordt geacht voor passende arbeid binnen zijn beperkingen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt wordt geacht voor passende functies binnen zijn belastbaarheid.