ECLI:NL:CRVB:2004:AR5573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet aannemen passende arbeid
Appellante was werkzaam als dealermanager bij haar werkgever en werd in 1999 uit haar team verwijderd. De werkgever bood haar een functie als verkoper binnendienst aan, die als passende arbeid werd beschouwd. Ondanks overeenstemming hierover heeft appellante deze functie niet aanvaard en zich ziek gemeld. De arbeidsovereenkomst werd uiteindelijk ontbonden op verzoek van de werkgever.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd omdat zij verwijtbaar werkloos was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het initiatief tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werkgever uitging en appellante zich tegen de beëindiging verzette, maar dat zij verwijtbaar werkloos is geworden omdat zij de passende functie van verkoper binnendienst niet heeft aanvaard.
De Raad stelt vast dat er overeenstemming was over de functie en dat appellante door eigen toedoen de arbeid niet heeft behouden. Haar ziekmelding werd niet geaccepteerd als rechtvaardiging, mede gezien het advies van de bedrijfsarts dat er geen sprake was van ziekte. De weigering van de WW-uitkering wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd wegens verwijtbare werkloosheid door het niet aannemen van passende arbeid.