ECLI:NL:CRVB:2004:AR5226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit hennepplantage
Appellant ontving vanaf januari 1997 een WAO-uitkering, die in augustus 1998 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Naar aanleiding van een politieonderzoek werd vastgesteld dat appellant tussen 1997 en 1999 een hennepplantage exploiteerde, waarmee hij wederrechtelijk inkomsten genoot die niet aan de uitkeringsinstantie waren gemeld.
De opsporingsdienst concludeerde dat appellant in twee woningen hennepplantages had opgezet en verzorgde, met een geschat wederrechtelijk voordeel van 205.000 gulden. Op basis hiervan besloot het UWV de WAO-uitkering over de relevante jaren niet met terugwerkende kracht uit te betalen en de onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen.
Appellant voerde in hoger beroep geen afdoende verklaring voor het excessieve stroomverbruik en leverde geen betrouwbare gegevens die de schatting van de inkomsten konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit, waarbij ook geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit een hennepplantage.