ECLI:NL:CRVB:2004:AR4993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. 't Hooft
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vrij te laten vermogen
Appellante kreeg haar bijstandsuitkering beëindigd omdat zij vermogen bezat dat het voor haar geldende vrij te laten vermogen overschreed. Daarnaast werd de bijstand over een eerdere periode ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor het tijdvak vóór 29 september 1997.
Gedaagde nam een nieuw besluit waarin de bezwaren van appellante voor het tijdvak vóór 29 september 1997 werden gegrond verklaard en de terugvordering werd vastgesteld. Appellante betwistte niet dat zij vermogen had dat de grens overschreed, maar stelde dat zij de bijstand aan een goed doel had besteed.
De Raad oordeelde dat appellante niet had voldaan aan haar inlichtingenplicht omdat zij het bezit van effecten niet had gemeld. Dit rechtvaardigde de intrekking van de bijstand en de terugvordering. Omdat het besluit van 10 juni 2002 het eerdere besluit geheel verving, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang en wees het beroep tegen het besluit van 10 juni 2002 af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 10 juni 2002 wordt ongegrond verklaard.