ECLI:NL:CRVB:2004:AR4949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding spondylodese-operatie buitenland wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
Appellante onderging in januari 1995 een spondylodese-operatie in Duitsland en verzocht vergoeding van de kosten door haar zorgverzekeraar. Deze weigerde de vergoeding omdat zij van mening was dat toestemming vooraf niet was verleend en dat de operatie binnen een redelijke termijn in Nederland had kunnen plaatsvinden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de operatie niet noodzakelijk was en dat de wachttijd in Nederland acceptabel was. Appellante ging in hoger beroep en betwistte dat zij binnen een redelijke termijn in Nederland kon worden behandeld, waarbij zij een wachttijd van 4 à 5 maanden als maximum stelde.
De Raad oordeelde dat de weigering van toestemming niet gerechtvaardigd was omdat de wachttijden in Nederland destijds aanzienlijk langer waren dan de Treeknormen en dat de zorgverzekeraar onvoldoende rekening had gehouden met de gezondheidstoestand en omstandigheden van appellante. Het bestreden besluit was daardoor niet zorgvuldig genomen en ondeugdelijk gemotiveerd.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de zorgverzekeraar een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd de zorgverzekeraar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de zorgverzekeraar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.