ECLI:NL:CRVB:2004:AR4738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heropening uitkeringen AAW en WAO wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om heropening van uitkeringen ingevolge de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) die per 1 mei 1993 waren ingetrokken. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangedragen.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten en gaf opdracht tot nieuw besluit, waarna appellant in hoger beroep kwam bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de aangevoerde medische rapporten, waaronder een diagnose van chronisch pijnsyndroom en het feit dat appellant één nier heeft, geen nieuwe feiten zijn die tot herziening kunnen leiden. De klachten bestonden reeds voor de intrekking van de uitkeringen en de medische situatie op 1 mei 1993 werd niet anders beoordeeld.
Verder werden eerdere zorgvuldigheidsklachten over de oorspronkelijke beslissing van 16 maart 1993 niet als nieuwe feiten beschouwd, aangezien deze destijds aan de rechter hadden kunnen worden voorgelegd. Nieuwe medische stukken na het bestreden besluit konden niet in de beoordeling worden betrokken.
De Raad concludeerde dat het UWV in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en bevestigde het besluit tot afwijzing van het verzoek tot heropening van de uitkeringen. Er werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek tot heropening van de uitkeringen op grond van de AAW en WAO wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.