ECLI:NL:CRVB:2004:AR4572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat WAJONG-uitkering na herziening wel geïndexeerd moet worden
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een uitkeringsgerechtigde over de vraag of de WAJONG-uitkering na een herziening geïndexeerd moet worden met de wettelijke indexeringen. De uitkeringsgerechtigde ontving een WAJONG-uitkering die na herziening werd vastgesteld op het bedrag voorafgaand aan die herziening, zonder indexering. Het Uwv stelde dat geen indexering van toepassing was, terwijl de uitkeringsgerechtigde dit wel vorderde.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelde dat de wettelijke indexering wel van toepassing is, omdat artikel 51, derde lid, van de WAJONG niet expliciet een uitzondering op de indexering maakt. Het Uwv ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en wees op de Memorie van Toelichting en de systematiek van de wetgeving, waarin de koppeling van de WAJONG-uitkering aan het wettelijk minimumloon en de jaarlijkse indexering duidelijk zijn.
De Raad concludeerde dat indien de wetgever een uitzondering op de indexering had willen maken, dit expliciet in de wet was opgenomen, wat niet het geval is. De uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd. Daarnaast wees de Raad de claim van de uitkeringsgerechtigde voor proceskosten af, omdat deze niet binnen het hoger beroep aan de orde was gesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAJONG-uitkering na herziening geïndexeerd moet worden volgens de wettelijke regels.