ECLI:NL:CRVB:2004:AR4488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over vergoeding niet opgenomen vakantiedagen na faillissement werkgever
Appellant, voormalig internationaal chauffeur bij Emitrans Europe B.V., vordert vergoeding van 26 niet opgenomen vakantiedagen na het faillissement van zijn werkgever. De curator had de dienstbetrekking opgezegd en een overzicht verstrekt van tegoeden van vakantiedagen, waarop gedaagde de betalingsverplichtingen op grond van hoofdstuk IV van de WW wilde overnemen.
Gedaagde verstrekte een vergoeding voor 14 vakantiedagen, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogt appellant dat hij geen enkele vakantiedag heeft opgenomen en dus recht heeft op vergoeding van 26 dagen.
De Raad concludeert dat appellant geen bewijs heeft geleverd ter onderbouwing van zijn standpunt en dat gedaagde terecht is uitgegaan van de opgave van de curator. De Raad ziet geen reden om deze gegevens in twijfel te trekken en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot vergoeding van 14 niet opgenomen vakantiedagen wordt bevestigd.