ECLI:NL:CRVB:2004:AR4440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigde betalingen
Appellante kreeg per 23 augustus 1999 geen WAO-uitkering meer toegekend omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en tegen besluiten over terugvordering van onverschuldigde uitkeringen.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op juiste gronden was gebaseerd en dat een verslechtering van de gezondheidstoestand na de peildatum geen invloed had op het besluit. Tevens was de arbeidskundige beoordeling adequaat en waren er voldoende passende functies voor appellante beschikbaar.
Appellante voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts niet persoonlijk onderzoek had verricht en dat de trage besluitvorming haar benadeelde, maar de Raad vond geen aanleiding om van terugvordering af te zien. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het geachte beroep tegen het latere besluit werd ongegrond verklaard. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering worden bevestigd.