ECLI:NL:CRVB:2004:AR4032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor in buitenland wonende AOW-uitkeringsgerechtigde na 1 januari 2000 geboren kind
Appellant, woonachtig in Marokko en ontvanger van een AOW-uitkering, werd door de Sociale verzekeringsbank medegedeeld dat hij vanaf het tweede kwartaal van 2001 geen recht meer had op kinderbijslag voor zijn dochter Imane, geboren in 2001. Dit omdat hij niet meer verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat hij vrijwillig verzekerd was voor de AOW en ANW en dat hij op grond van het vervallen artikel 26 van Pro het Koninklijk Besluit 746 verzekerd zou blijven. De Raad overwoog dat de overgangsregeling in artikel 27, lid 1, van KB 746 alleen geldt voor personen die tot 1 januari 2000 verzekerd waren en die uitsluitend door het vervallen van artikel 26 geen Pro recht meer hadden op kinderbijslag. Aangezien appellant al vóór 1 januari 2000 geen kinderbijslag meer ontving omdat zijn jongste kind toen al 18 jaar was, voldeed hij niet aan deze eis.
Omdat het kind Imane na 1 januari 2000 is geboren, kon appellant geen aanspraak maken op kinderbijslag op basis van de overgangsregeling. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de Centrale Raad van Beroep en griffier, en appellant was niet verschenen tijdens de zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.