ECLI:NL:CRVB:2004:AR4031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag met terugwerkende kracht na vernietiging besluit
Appellant vroeg kinderbijslag aan met terugwerkende kracht vanaf 1993, maar de Sociale verzekeringsbank wees dit aanvankelijk af en kende het toe vanaf het tweede kwartaal van 1997. Appellant stelde dat het eerdere besluit onjuist was en dat kinderbijslag vanaf 1993 moest worden toegekend.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 15 maart 2002 ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, omdat dit besluit als een nieuw besluit moet worden beschouwd. Het eerdere besluit van 9 juli 2001 was rechtens onaantastbaar geworden, maar de Sociale verzekeringsbank had niet op juiste wijze teruggekomen van dat besluit.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit moet nemen met kenbare inachtneming van de beleidsregels over het terugkomen van een rechtens onaantastbaar besluit ten voordele van de belanghebbende. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit over kinderbijslag met terugwerkende kracht is ontvankelijk verklaard en het besluit en uitspraak zijn vernietigd; een nieuw besluit moet worden genomen.