ECLI:NL:CRVB:2004:AR3667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde BWOO-uitkering zonder matiging
Appellante ontving onverschuldigd een werkloosheids- en ziekte-uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel (BWOO). Na vaststelling van de onrechtmatigheid werd een bedrag van € 2.296,10 teruggevorderd over de periode van 1 oktober 1997 tot 1 maart 1998. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat het bedrag gematigd diende te worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante niet langer dat het bedrag onverschuldigd was betaald, noch de hoogte van het terug te vorderen bedrag. Haar enige verweer was dat de terugvordering gematigd had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat gedaagde zich bereid had verklaard om aantoonbare schade, inclusief fiscale schade, te vergoeden en dat appellante hiervoor een vergoeding van f 1.304,01 had ontvangen.
Gezien deze omstandigheden was er geen grond om het terugvorderingsbedrag te matigen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 oktober 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde BWOO-uitkering zonder matiging.