ECLI:NL:CRVB:2004:AR2975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde sociale premies bij schijnconstructie met Poolse werknemers
Appellant is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies over de jaren 1994 tot en met 1998 die verschuldigd zijn door de Coöperatie [naam coöperatie] 98 U.A. De coöperatie bemiddelde tussen tuinders en Poolse vennootschappen, maar deze constructie werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) als vals beoordeeld.
De Raad oordeelt dat de Poolse werknemers feitelijk in dienstbetrekking stonden tot de coöperatie, die fungeerde als een uitzendbureau. De premieschuld ontstond al bij de loonbetalingen en werd schattenderwijs vastgesteld vanwege het ontbreken van administratie. De bestuurder van de coöperatie, appellant, erkende zijn verantwoordelijkheid en de Raad stelde vast dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, waardoor de premies niet zijn betaald.
De Raad verwierp de bezwaren van appellant tegen de hoogte van de premies en tegen de aansprakelijkheid, en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De schijnconstructie met Poolse spolka’s werd ondersteund door getuigenverklaringen en strafrechtelijke vaststellingen. De bestuurder blijft aansprakelijk voor de onbetaalde premies.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant voor de onbetaalde premies van de coöperatie.