ECLI:NL:CRVB:2004:AR2756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid voor sociale premies bij schijnconstructie met Poolse werknemers
Appellante exploiteert een tuinbouwbedrijf en maakte gebruik van Poolse arbeidskrachten via de Coöperatie Europool 98 U.A., waarbij zij contracten sloot met Poolse vennootschappen die de arbeid zouden verrichten. De Raad oordeelt dat deze constructie schijn was en dat de Poolse werknemers feitelijk in dienst waren van Europool en door Europool aan appellante werden uitgeleend.
Gedaagde stelde appellante hoofdelijk aansprakelijk voor de premies sociale werknemersverzekeringen over de jaren 1994-1997. Appellante voerde aan dat geen sprake was van inlening en dat zij ten onrechte aansprakelijk werd gesteld. De Raad stelt dat Europool premies verschuldigd was, maar deze niet betaalde en in gebreke bleef, waardoor gedaagde terecht appellante aansprakelijk stelde.
De Raad benadrukt dat appellante zelf zorg had moeten dragen voor het naleven van de voorwaarden om aansprakelijkheid te voorkomen, zoals het controleren van vergunningen en het doen van aangifte van inlening. Er is geen sprake van een waarschuwingsplicht van gedaagde. Het onderzoek naar Europool was voortvarend en de termijn van afhandeling was redelijk. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante voor de sociale premies en verklaart het beroep ongegrond.