ECLI:NL:CRVB:2004:AR2709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en bevestiging eervol ontslag wegens onbekwaamheid ambtenaar politie
Appellante trad in 1978 in dienst bij de gemeentepolitie Eindhoven en werd na reorganisatie administratief medewerker bij de politieregio Brabant Zuid-Oost. Vanaf 1996 werd haar functioneren als onvoldoende beoordeeld, waarna meerdere functionerings- en beoordelingsgesprekken plaatsvonden. Ondanks aanpassingen in haar takenpakket, studiefaciliteiten en persoonlijke begeleiding bleef verbetering uit.
In april 2001 werd haar functioneren formeel als onvoldoende beoordeeld, wat leidde tot een ontslagbesluit per februari 2002 wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij door het beoordelingsgesprek was overvallen, dat de beoordeling niet conform het reglement was verlopen en dat zij geen eerlijke kans had gekregen om zich te bewijzen in een andere functie. De Raad oordeelde dat het beoordelingsgesprek terecht als vervanging van een vervolggesprek kon dienen, dat objectiviteit niet ontbrak en dat de bevindingen van haar begeleider terecht bij de beoordeling waren betrokken.
Verder was het ontslag gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden die haar ongeschiktheid aantonen. De Raad verwierp het bezwaar dat zij geen faire kans had gekregen om haar functioneren te verbeteren en dat zij ten onrechte was afgewezen voor een andere functie. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het eervol ontslag wordt bevestigd.