ECLI:NL:CRVB:2004:AR2684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over suppletie arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens beroepsziekte
Gedaagde was werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en viel eind 1998 definitief uit wegens ziekte. Hij ontving een WAO-uitkering en een bovenwettelijke aanvulling, die door appellant werd teruggebracht. Gedaagde stelde dat hij recht had op suppletie wegens een beroepsziekte en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en bepaalde dat een nieuwe beslissing moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen. Appellant stelde hoger beroep in tegen enkele overwegingen, met name over de stelplicht van gedaagde en de beoordeling van de klachten en maatregelen.
De Raad oordeelde dat gedaagde niet voldoende aannemelijkheid had gegeven dat zijn klachten veroorzaakt werden door de aard van het werk, waardoor de stelplicht niet was voldaan. Ook vond de Raad dat appellant niet nalatig was geweest in het reageren op klachten en het treffen van maatregelen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, waarbij een nader medisch onderzoek door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten zal plaatsvinden.
De Raad achtte geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Gedaagde verklaarde bereid te zijn mee te werken aan het nieuwe onderzoek. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 16 september 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en bepaalt dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met nader medisch onderzoek.