ECLI:NL:CRVB:2004:AR2665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en vaststelling mate arbeidsongeschiktheid in WAO-uitkering
Appellant, een timmerman die sinds april 1999 arbeidsongeschikt is door rug-, arm- en nekklachten, betwistte de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van vier geselecteerde functies. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werden functies geselecteerd en een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% vastgesteld, later bijgesteld tot 35-45% en uiteindelijk tot 65-80%.
De Raad beoordeelde de geschiktheid van de functies chauffeur bestelauto, advertentieacquisiteur, bezorger tijdschriften en chauffeur klein groepsvervoer. Ondanks nekbelasting bij autorijden oordeelde de bezwaarverzekeringsarts dat appellant deze functies kon verrichten, mede vanwege aanpassingen zoals goede stoelen en rolstoelliften. Ook de vermeende ongeschiktheid voor de functie advertentieacquisiteur werd verworpen omdat appellant de vereiste interne opleiding kon volgen.
De Raad concludeerde dat de loonwaarden van de functies correct waren toegepast en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 65 tot 80%. Het beroep tegen het eerdere besluit werd gegrond verklaard en vernietigd, terwijl het beroep tegen het latere besluit ongegrond werd verklaard. Tevens werd appellant een schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente toegekend en werden proceskosten aan hem toegewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% en wijst schadevergoeding en proceskosten toe aan appellant.