ECLI:NL:CRVB:2004:AR2643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens eigen ontslag en werkloosheid
Appellant was van december 2000 tot maart 2001 tijdelijk in dienst als leraar bij de gemeente en nam op eigen verzoek ontslag om via een uitzendbureau juridische werkzaamheden te verrichten. De aanvraag voor WW-uitkering werd afgewezen wegens verwijtbare werkloosheid.
De bijstandsuitkering werd toegekend maar met 20% verlaagd voor een maand, omdat appellant geacht werd door eigen toedoen werkloos te zijn. Het bezwaar tegen deze verlaging werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het niet verwijtbaar was om het risico van uitzendwerk te aanvaarden gezien zijn vooropleiding en dat er dringende redenen waren om af te zien van de maatregel. De Raad oordeelde dat de tijdelijke aanstelling tot december 2001 niet was beëindigd vanwege omstandigheden buiten appellant, en dat het eigen ontslag leidde tot verwijtbare werkloosheid.
De Raad bevestigde dat de verlaging van 20% passend was gezien de ernst van de gedraging en omstandigheden en dat geen dringende redenen voor ontheffing aanwezig waren. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 20% gedurende één maand wegens eigen ontslag wordt bevestigd.