ECLI:NL:CRVB:2004:AR2219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- G.J.H. Doornewaard
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering na motorongeval met somatoforme pijnstoornis
Appellant, voormalig zeevisser en rijschoolhouder, viel uit wegens letsel na een motorongeval en kreeg een WAZ-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport werd de uitkering herzien naar 25 tot 35%, later bij bezwaar verhoogd naar 55 tot 65%. Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder pijnklachten aan schouder, rug en been, onderschat waren en dat hij de voorgehouden functies niet kon vervullen.
De Raad oordeelt dat het belastbaarheidspatroon en de medische beperkingen op de datum van het bestreden besluit (29 juli 2001) juist zijn vastgesteld. De verslechtering van de medische toestand die in 2002 werd vastgesteld, was toen nog niet aanwezig. De voor appellant passende functies zijn correct geselecteerd en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% is terecht.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAZ-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.