ECLI:NL:CRVB:2004:AR1615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Geen verzekeringsplichtige dienstbetrekking wegens ontbreken gezagsverhouding
In deze zaak stond centraal of de heer betrokkene in de periode 1993 tot en met 1996 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking met gezagsverhouding tot gedaagde had gewerkt, wat verzekeringsplicht op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten zou impliceren. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde dat sprake was van een gezagsverhouding en verzekeringsplicht.
De rechtbank 's-Hertogenbosch had het besluit van het Uwv vernietigd en geoordeeld dat geen sprake was van een gezagsverhouding. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat betrokkene zelfstandig werkte met eigen materieel en deskundigheid, zonder inplanning, samenwerking met werknemers van gedaagde of toezicht van gedaagde. Het werk maakte geen wezenlijk onderdeel uit van de bedrijfsvoering van gedaagde.
De Raad overwoog dat het agrarische karakter van het loonbedrijf niet automatisch een gezagsverhouding impliceert en dat de arbeidsrelatie op eigen merites beoordeeld moet worden. Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen van gezag, concludeerde de Raad dat geen verzekeringsplichtige arbeid in de zin van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten bestond.
De Raad veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep en bevestigde het bestreden vonnis. Hiermee werd het beroep van appellant afgewezen.
Uitkomst: Geen verzekeringsplichtige dienstbetrekking wegens ontbreken gezagsverhouding; hoger beroep van Uwv wordt afgewezen.