ECLI:NL:CRVB:2004:AR0307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluiten omtrent WAO-uitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om terug te komen op eerder vastgestelde besluiten omtrent zijn WAO-uitkering en dagloonberekening. Deze besluiten zijn in rechte onaantastbaar verklaard. De Raad overweegt dat bij toetsing van duuraanspraken onderscheid moet worden gemaakt tussen het verleden en de toekomst, waarbij voor het verleden terughoudendheid geldt en voor de toekomst een minder terughoudende toets.
Verschillende verzoeken van appellant, waaronder die om herziening van het dagloon en toekenning van schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van eerdere besluiten, zijn door gedaagde afgewezen en deze afwijzingen zijn door rechtbank en Raad bevestigd. De Raad ziet geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
De Raad benadrukt dat het verschil in dagloon niet het gevolg is van het onrechtmatig verklaarde besluit uit 1982, maar van het feit dat appellant aanvankelijk heeft berust in het vastgestelde dagloon van 1996. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep van appellant af.