ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding griffierechttermijn in hoger beroep
In deze zaak hebben de erven van betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Dit hoger beroep werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De Raad heeft echter vastgesteld dat het griffierecht op 4 september 2003 wel tijdig is voldaan.
Op grond van deze constatering verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond. Dit betekent dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De uitspraak is gedaan op 18 augustus 2004 door mr. H.G. Rottier, met D.W.M. Kaldenhoven als griffier.
De procedure werd voortgezet nadat het verzet was ingediend door de gemachtigde van opposanten, mr. A.D. Sunter. Hiermee is de toegang tot de rechter hersteld en kan de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van griffierecht wordt opgeheven.