ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij zijn WW-uitkering met 10% werd gekort gedurende 16 weken. Deze maatregel werd opgelegd omdat appellant in de periode van 16 juli 2001 tot en met 12 augustus 2001 onvoldoende pogingen zou hebben gedaan om passende arbeid te verkrijgen.
De Raad voor de Rechtspraak verwijst naar de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank Middelburg en onderschrijft deze. Ondanks door appellant gestelde medische beperkingen zijn er volgens de Raad nog mogelijkheden op de arbeidsmarkt, zoals blijkt uit de aan appellant voorgehouden functies bij de beoordeling van zijn arbeidsgeschiktheid. Appellant heeft echter geen concrete sollicitatie-inspanningen verricht, waardoor hij de kans op werk via sollicitaties heeft uitgesloten.
Verder merkt de Raad op dat het maken van bezwaar tegen een beslissing in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet betekent dat appellant is ontslagen van zijn sollicitatieverplichtingen. De Raad concludeert dat appellant terecht is gekort en dat de maatregel voldoende is gematigd rekening houdend met zijn bijzondere omstandigheden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De korting van 10% op de WW-uitkering gedurende 16 weken wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.