ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens zwart werken bij werkgever
Appellant ontving een WW-uitkering na beëindiging van zijn dienstbetrekking bij een werkgever, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde vast dat hij tijdens de uitkeringsperiode werkzaamheden in loondienst verrichtte. Dit leidde tot een besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering en oplegging van een sanctie wegens niet-melding van de werkzaamheden.
Appellant voerde aan dat hij niet zwart had gewerkt en dat zijn naam op de weeklijsten slechts het gevolg was van fictieve uren die door een medewerker werden gedeclareerd. Hij stelde dat er geen betalingsgegevens waren die zijn werkzaamheden bevestigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad baseerde zich op het onderzoek naar weeklijsten en een rode multomap waarin betalingen aan andere werknemers waren geregistreerd. Uit verklaringen van een boekhouder en werknemers bleek dat potloodnotities op de weeklijsten duidden op zwart gewerkt loon, contant uitbetaald. Het ontbreken van betalingsgegevens voor appellant werd niet doorslaggevend geacht omdat ook voor andere werknemers geen betalingsgegevens in die map voorkwamen.
De Raad achtte het onaannemelijk dat de uren fictief waren en verwierp het verweer van appellant. Ook een getuigenverklaring die appellant niet kon herinneren werd niet zwaarwegend geacht vanwege het tijdsverloop en beperkte aanwezigheid van appellant bij de werkzaamheden. Het besluit tot terugvordering en sanctie werd als deugdelijk en rechtmatig beoordeeld, waarna het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.