ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering en sanctie wegens niet opgegeven inkomsten
Appellant ontving een WW-uitkering na beëindiging van zijn dienstbetrekking. Tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar zijn voormalige werkgever werden weeklijsten en een rode multomap in beslag genomen, waaruit bleek dat sommige werknemers zwart hadden gewerkt. Hoewel appellants naam niet in de rode multomap stond, stond deze wel op de weeklijsten met potlood genoteerd, wat volgens de werkgever duidt op zwart werk.
De werkgever besloot op basis van deze gegevens dat appellant onterecht WW-uitkering had ontvangen over bepaalde perioden en legde een sanctie op wegens het niet melden van inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet zwart had gewerkt en dat de uren fictief waren.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de weeklijsten, ondersteund door verklaringen van een boekhouder en werknemers, voldoende bewijs vormden dat appellant arbeid had verricht zonder dit op te geven. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van WW-uitkering en opleggen van sanctie wordt bevestigd.