ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.Th. Wolleswinkel
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandsaanvraag na verkoop woning en vermogenstoestand
Appellant, die sinds 1995 een bijstandsuitkering ontving, verkocht in juni 2000 zijn woning en ontving een koopsom van ruim 79.000 gulden. Hiervan werd een deel overgemaakt aan zijn zoon en de rest bleef op zijn rekening, waaruit hij kort daarna grote contante opnames deed. Appellant vroeg in oktober 2000 een bijstandsuitkering aan, waarbij hij verklaarde geen vermogen te bezitten en dat de opbrengst van de woning was besteed aan schulden, medische kosten en een verblijf in Marokko.
De gemeente weigerde de bijstand omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij daadwerkelijk niet over voldoende middelen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde, mede omdat hij geen verifieerbare gegevens over schulden of kosten kon overleggen.
De Raad wees ook het standpunt van appellant af dat het vermogen ten onrechte op een laag bedrag was vastgesteld. Uit de ambtelijke rapportage bleek dat de gemeente het vermogen juist had beoordeeld op basis van de opgegeven bezittingen en schulden en het advies om de aanvraag af te wijzen had opgevolgd. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.