ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding resterende terugvordering bijstand
Appellant had in 1987 leenbijstand ontvangen met een aflossingsverplichting vanaf 1988. Door niet-nakoming van deze verplichtingen stelde de kantonrechter in 1995 een terugvordering vast van bijna 12.000 gulden. Ondanks een betalingsregeling betaalde appellant niet volgens afspraak, waarna de gemeente incassomaatregelen nam.
Appellant stelde in hoger beroep dat de vordering verjaard was, maar de Raad verwierp dit omdat de vordering in rechte was vastgesteld en de beschikking aangetekend was verzonden. Tevens voldeed appellant niet aan de voorwaarden voor kwijtschelding zoals opgenomen in artikel 78c van de Algemene bijstandswet (Abw).
De Raad oordeelde dat het beroep op dringende redenen volgens artikel 78, derde lid, Abw niet slaagt omdat artikel 78c een bijzondere regeling bevat voor kwijtschelding van oudere schulden. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellant niet aan de voorwaarden voldeed en dat het verzoek om kwijtschelding daarom niet toewijsbaar was.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de resterende terugvordering van bijstand wordt afgewezen.