ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7892
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij weigering WAO- en REA-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin zijn aanvraag voor een WAO-uitkering en erkenning als arbeidsgehandicapt volgens de REA werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Haarlem heeft het beroep gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, waarna het UWV hoger beroep instelde.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb Pro om uitvoering te geven aan de vernietigende uitspraak van de rechtbank, ondanks het hoger beroep. De voorzieningenrechter overweegt dat de wetgever expliciet schorsende werking aan bezwaar en beroep heeft toegekend, waardoor uitvoering tijdens hoger beroep niet verplicht is.
De omstandigheid dat verzoeker afhankelijk is van de uitkering is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting en zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 11 augustus 2004.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.