ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kinderbijslagbesluiten wegens onduidelijke toepassing driemaandentoets bij verblijf in land van herkomst
Appellant ontving tot 2001 kinderbijslag voor kinderen die in Marokko verbleven bij zijn echtgenote. De Sociale verzekeringsbank (SVB) verscherpte het beleid en stelde dat alleen sprake is van één huishouden als de betrokkene minimaal drie maanden per jaar bij zijn gezin in het land van herkomst verblijft. Appellant kon dit niet aantonen voor de referteperiode van 1 juli 2000 tot 1 juli 2001, waarop kinderbijslag werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het beleid van de SVB, met name de toepassing van de driemaandentoets en de gehanteerde referteperiode, onvoldoende duidelijk was voor appellant. De Raad stelt dat appellant redelijkerwijs niet kon weten dat hij maatregelen moest treffen om aan de voorwaarden te voldoen, mede omdat in de communicatie van de SVB niet duidelijk was welk tijdvak bepalend was.
Daarom vernietigt de Raad de bestreden uitspraken en besluiten en beveelt de SVB nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de SVB tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De bestreden besluiten tot weigering van kinderbijslag worden vernietigd en de SVB dient nieuwe beslissingen te nemen.