ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A. van Netten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens nieuw besluit dat bezwaren volledig wegneemt
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), dat eerder was vastgesteld door de rechtbank Assen. Tijdens het geding heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat de bezwaren van appellante volledig wegneemt. Dit nieuwe besluit betreft de intrekking van het eerdere bestreden besluit en de herroeping van eerdere besluiten, waarbij appellante alsnog recht krijgt op een Ziektewetuitkering over bepaalde tijdvakken.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het nieuwe besluit een besluit in de zin van artikel 6:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is en dat het hoger beroep mede gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb niet meer gericht kan zijn tegen het bestreden besluit. Omdat het belang bij beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit daarmee is komen te vervallen, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Partijen zijn niet verschenen bij de zitting van 14 juli 2004. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 augustus 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe besluit de bezwaren volledig wegneemt.