ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering tweevoudige kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoudsbijdrage
Appellant, met twaalf kinderen waarvan een deel in Marokko verblijft, maakte bezwaar tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank die tweevoudige kinderbijslag weigerden wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond en het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaartermijn niet is gaan lopen bij de vermeende kennisname in januari 2001 omdat de besluiten niet aan appellant waren uitgereikt. De Raad verklaart het bezwaar tegen de besluiten tot schorsing en weigering van kinderbijslag ontvankelijk en vernietigt de eerdere beslissing. Tevens oordeelt de Raad dat het buiten beschouwing laten van een betaling van 16.000 Dirham aan appellants vader onterecht was, waardoor de weigering van tweevoudige kinderbijslag niet kan standhouden.
De Raad beveelt dat de Sociale verzekeringsbank opnieuw op het bezwaar beslist met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt de bank in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het besluit tot weigering van tweevoudige kinderbijslag en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de uitspraak.