ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand voormalige zelfstandige
Appellante vroeg gefinancierde rechtsbijstand aan voor een civiele procedure over de ontbinding van een vennootschap onder firma waarvan zij firmant was geweest. Deze aanvraag werd afgewezen op grond van artikel 12 van Pro de Wet op de rechtsbijstand (Wrb), omdat rechtsbijstand voor zelfstandige beroepsuitoefening in principe niet wordt toegekend.
Vervolgens verzocht appellante bijzondere bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) voor de kosten van rechtsbijstand, maar dit verzoek werd door het College van burgemeester en wethouders van Groningen afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de Wrb een bewuste beleidskeuze bevat om kosten die voortvloeien uit zelfstandige beroepsuitoefening niet als noodzakelijk aan te merken, ook niet wanneer het gaat om een voormalige uitoefening. De stellingen van appellante over schending van het vertrouwensbeginsel en het verbod van willekeur worden verworpen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand voortvloeiend uit een voormalige zelfstandige beroepsuitoefening.