ECLI:NL:CRVB:2004:AQ5831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premies en boetes wegens niet verantwoorde zwarte loonbetalingen
Appellante, exploitant van een restaurant, stelde dat haar voormalig bedrijfsleider een deel van de omzet had verduisterd en dat de verduisterde bedragen niet waren gebruikt voor zwarte loonbetalingen. Tevens voerde zij aan dat belastende verklaringen van de bedrijfsleider uit rancuneuze motieven waren afgelegd.
De Raad overwoog dat appellante haar stellingen onvoldoende met verifieerbare gegevens had onderbouwd. De verklaringen van de bedrijfsleider, agenda's, urenlijsten en overige getuigenverklaringen ondersteunden het standpunt van gedaagde dat premies en boetes terecht waren opgelegd.
Daarnaast oordeelde de Raad dat er geen sprake was van schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De opgelegde boete werd niet onjuist bevonden en er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Zutphen, waarmee de premies en boetes gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de premies en boetes wegens niet verantwoorde zwarte loonbetalingen over 1996 en 1997.