ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit premies werknemersverzekeringen wegens onvoldoende onderbouwing
Appellante betwistte de vastgestelde premies werknemersverzekeringen over de jaren 1992 tot en met 1994 die door gedaagde waren opgelegd wegens werkzaamheden van werknemers in Nederland. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende inzicht in de premiecalculatie, maar oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat de werkzaamheden vanuit het Verenigd Koninkrijk waren gedetacheerd.
Gedaagde nam een nieuw besluit op bezwaar waarin de eerdere beslissing werd bevestigd met een nadere toelichting. Appellante stelde dat voor een deel van de werknemers E101-detacheringsformulieren waren overgelegd, waaruit zou blijken dat de Engelse wetgeving van toepassing was. Gedaagde wijzigde zijn standpunt, maar gaf geen inzicht in de gevolgen hiervan voor de premie.
De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het oude besluit, vernietigt het nieuwe besluit en gebiedt gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De Raad oordeelt dat gedaagde geen hoorplicht had zonder verzoek van appellante en dat appellante niet heeft bewezen dat de uitzonderingssituatie van de EG-verordening 1408/71 van toepassing is. De Raad ziet geen aanleiding om gedaagde in de kosten te veroordelen.
Uitkomst: Het besluit van 30 augustus 2001 wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.