ECLI:NL:CRVB:2004:AQ4533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schattingsgrondslag premiecorrectie bij gebrekkige loonadministratie
Appellante, een sportartikelenonderneming, betwistte correctie- en boetenota's over de jaren 1991 tot en met 1993 die gebaseerd waren op een schatting van niet-verantwoorde loonbetalingen. De correctienota's waren opgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), dat de plaats van het Lisv had ingenomen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet alle loonbetalingen in haar administratie had verantwoord en de navordering schattenderwijs terecht was vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verklaringen waarop de schatting was gebaseerd grotendeels niet ondertekend waren en dat uit de verklaring van haar directeur slechts bleek dat er 'zwart' was gewerkt.
De Raad oordeelde dat het bewijs van niet-verantwoorde loonbetalingen niet alleen steunt op de verklaring van de directeur, maar ook op ondertekende verklaringen van (ex)werknemers. De Raad wees erop dat het risico van een te hoge schatting voor rekening van appellante komt en dat er geen gronden waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schattingsgrondslag voor de premiecorrectie wordt bevestigd.