ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening vaststelling dagloon op grond van artikel 4:6 Awb
Appellante heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verzocht om herziening van het vastgestelde dagloon, waarop het UWV een besluit heeft genomen dat het verzoek afwijst. De rechtbank Zutphen heeft dit besluit bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het verzoek van appellante niet voldoet aan de vereisten van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat zij geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. De door appellante overgelegde jaaropgaven uit 1986 waren reeds bekend en meegenomen bij de oorspronkelijke vaststelling van het dagloon.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het verzoek heeft afgewezen en dat het besluit van 3 september 1997, waarin het dagloon definitief werd vastgesteld, onaantastbaar is. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het dagloon wordt afgewezen en de eerdere vaststelling blijft onaantastbaar.