ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 24 oktober 1997, maar heeft de gronden van zijn bezwaar niet binnen de door gedaagde gestelde termijn ingediend. Gedaagde heeft het bezwaar daarom op 3 april 1998 niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht was. De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil behandeld en geoordeeld dat gedaagde zijn bevoegdheid tot niet-ontvankelijkverklaring terecht heeft uitgeoefend. De Raad overwoog dat appellant meerdere malen uitstel heeft gekregen om de gronden in te dienen, maar dat deze uiteindelijk pas na afloop van de laatste termijn werden ingediend.
De Raad vond geen aanleiding om de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam te vernietigen en bevestigde het oordeel dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Tevens wees de Raad een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd op 6 juli 2004 in het openbaar gewezen door rechter G.A.J. van den Hurk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.