ECLI:NL:CRVB:2004:AQ2348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kwijtschelding restantschuld bijzondere bijstand als geldlening
Appellant had bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening ontvangen voor vloerbedekking, met een aflossingsverplichting van 36 maanden. Na het overlijden van zijn echtgenote verzocht hij om uitstel van betaling en kwijtschelding van de restantschuld vanwege zijn verslechterde financiële situatie.
De gemeente had het aflossingsbedrag verlaagd en uitstel verleend, maar wees het verzoek tot kwijtschelding af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de gemeente voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden van appellant, onder meer door het verlagen van de aflossingsverplichting en het verlenen van uitstel. De door appellant aangevoerde extra kosten waren onvoldoende onderbouwd om tot kwijtschelding te leiden.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het verzoek om kwijtschelding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de restantschuld bijzondere bijstand als geldlening.