ECLI:NL:CRVB:2004:AQ1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroepschrift wegens onduidelijke verzenddatum besluit AOW
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank had geoordeeld dat het beroepschrift te laat was ingediend en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in verzuim was.
De kern van het geschil betrof de verzenddatum van het besluit van 8 april 2003, dat niet aangetekend was verzonden. Appellante stelde het besluit op 10 april 2003 te hebben ontvangen, wat zou kunnen betekenen dat verzending pas op 9 april had plaatsgevonden. Gedaagde stelde dat het besluit wel op 8 april was verzonden, maar kon dit niet met zekerheid aantonen.
De Raad overwoog dat bij niet-aangetekende verzending het risico van het niet kunnen aantonen van de verzenddatum voor rekening van de afzender komt. Echter, gedaagde had niet overtuigend aangetoond dat het besluit op 8 april was verzonden. Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld wanneer de beroepstermijn was aangevangen.
De Raad oordeelde dat deze onzekerheid niet ten nadele van appellante mocht werken en verklaarde het hoger beroep ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen.