ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nadere vaststelling premieloon inzake bovenmatige reiskostenvergoedingen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de vaststelling van premies op grond van sociale werknemersverzekeringswetten. Het geschil draait om de vraag of de door gedaagde betaalde bovenmatige reiskostenvergoedingen correct zijn verwerkt in de premieloonvaststelling over de jaren 1994 tot en met 1997.
De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd omdat niet was komen vast te staan dat de vastgestelde bedragen op juiste wijze waren vastgesteld en had een nader onderzoek noodzakelijk geacht. De Raad heeft echter vastgesteld dat uit de stukken, waaronder het Management informatie overzicht en een looncontrole door een looninspecteur, voldoende blijkt welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij de vaststelling van het premieloon.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de appellant onjuist had gecorrigeerd voor reiskostenvergoedingen van medewerkers anders dan maatschappelijk werkenden of voor reizen buiten het werkgebied. De correcties betroffen uitsluitend vaste reiskostenvergoedingen met een vastgestelde bovenmatigheid van 44%. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep van de gedaagde ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.