ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte voorlopig bezwaar tegen correctie- en boetebesluiten, maar diende de bezwaargronden te laat in. Gedaagde verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De rechtbank bevestigde dit besluit en verwierp het beroep van appellante, die stelde dat het recht op een eerlijk proces was geschonden en dat de termijnoverschrijding onredelijk was.
De Raad onderschrijft het beleid van gedaagde om bezwaren bij termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, en oordeelt dat in deze zaak geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. De Raad wijst het beroep af en bevestigt dat er geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad benadrukt dat de bezwaarprocedure zorgvuldig is verlopen en dat de belangenafweging en motivering van het besluit voldoende zijn. Het beroep op jurisprudentie van de fiscale rechter en het College van Beroep voor het bedrijfsleven faalt, evenals het beroep op het EVRM en het recht op een onafhankelijke rechter.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens te late indiening wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.