ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dienstbetrekking en premieheffing werknemersverzekeringen bij notarispraktijk
Appellante, een openbare maatschap van notarissen, voerde een praktijk waarin mevrouw werkzaam was sinds 1 januari 1996 tegen een vaste beloning. Hoewel zij geen vennoot was, vervulde zij diverse taken zoals administratieve vervanging en kantoormanagement, en had zij een vertrouwenspositie binnen de maatschap.
Appellante meldde mevrouw aan als werkneemster, maar door een administratieve fout werden premies voor werknemersverzekeringen niet afgedragen. Na een looncontrole in 1999 werden correctiebesluiten genomen om alsnog premies over de jaren 1996-1998 in rekening te brengen.
Appellante stelde dat mevrouw geen dienstbetrekking had omdat zij als nevengeschikte zou werken, maar de Raad oordeelde dat dit niet aannemelijk was, mede omdat mevrouw geen notaris was en haar werkzaamheden structureel en onder voorwaarden van een dienstbetrekking werden verricht.
De Raad verwierp ook het beroep op richtlijnen van de Federatie van Bedrijfsverenigingen en stelde dat de vrijheid in werktijden en vakanties niet tot een ander oordeel leidt. Tevens werd geoordeeld dat de onderzoeksplicht van de uitvoeringsinstantie niet was geschonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Uitkomst: De premie voor de werknemersverzekeringen is terecht in rekening gebracht omdat sprake is van een dienstbetrekking.